HOME|NEDERLANDSE PROVINCIES|LINIES EN STELLINGEN|BELGISCHE STEDEN|FRANSE NEDERLANDEN STEDEN|LUXEMBURG STAD|CONTACT|LINKS                                                                         

                                                                            HISTORIE

                                                                                              

Toen het geschut zo zeer was verbeterd dat de stadsmuren der steden nog slechts weinig bescherming boden tegen een aanvaller, waren de stedelingen genoodzaakt deze te vervangen door vestingwerken.

In een periode van drie eeuwen, te weten van de zestiende eeuw tot het eind van de negentiende eeuw vormde de militaire aspecten van de steden een afgerond geheel. De omwalling der steden moest plaats maken voor een heel verdedigingssysteem met specifieke kenmerken, welke waren gebaseerd op de natuurlijke gesteldheid van het land.

Waren de steden aanvankelijk gewend zelf beslissingen te nemen over aanleg van een omwalling en verdediging tegen een mogelijke vijand, later zag men in dat de verdediging veel breder moest worden opgezet. Dat leerde men toen de opstand tegen de koning van Hispanje grotere vormen aannam en de steden begrepen dat zij het niet meer op hun eigen houtje zouden kunnen bolwerken.

De opzet van de verdediging in ons land veranderde bij de bepaling van de Unie van Utrecht. Zo werden op algemene kosten de 'frontiersteden' verbeterd en werden de steden verplicht, als dat tenminste noodzakelijk was, staatse garnizoenen toe te staan. Een groot aantal vestingen werd na 1700 opgenomen in een der frontieren, welke langs de landgrenzen lagen. In 1874 werd de beroemde Waterlinie de voornaamste weerstandslijn, hetgeen bepaald werd door de Vestingwet. Het gevolg hiervan was dat het merendeel van de vestingen werd opgeheven en ontmanteld.

De Nederlanders hebben op het gebied van de vestingen grote faam genoten. In landen langs de Oostzee treft men steden aan met een vertrouwd silhouet. Ook in de Nederlandse kolonien werd de bouwwijze van de fortificaties in het moederland toegepast. Tal van namen herinneren nog tot de dag van vandaag aan de voormalige Nederlandse kolonien. De Nederlandse vestingen in Amerika zijn tijdens het bewind van de Hollanders niet uitgegroeid tot belangrijke kolonien, maar zijn de grondslag geweest voor grote steden, zoals New York (Nieuw Amsterdam), Albany en Brooklyn (Breukelen).

De grote verspreiding van de Nederlandse vestingen en de successen in de Tachtigjarige Oorlog gaven de versterkingswijze een bekendheid welke niet geheel overeenkwam met de werkelijke waarde van deze werken. Dit zat vooral hierin dat de Nederlanders te star vasthielden aan de traditionele opvattingen.

Frankrijk daarentegen had wel oog voor tekortkomingen en met name de Franse ingenieur en astronoom Blaise-Francois comte de Pagan, die onder Lodewijk XIII veldmaarschalk was. In 1645 verscheen zijn boek 'Traité des Fortifications' waarin hij het vestingstelsel in Frankrijk veroordeelde en ideeen aan de hand deed hoe en wat er moest worden verbeterd.

Een van de belangrijkste gebreken van de Nederlandse vestingen was de loodrechte stand van de flanken ten opzichte van de courtine. Een courtine is de wal tussen twee bastions. Bastions zijn vijfhoekige werken van Italiaanse oorsprong, welke zijn ontsproten uit de middeleeuwse muurtoren, waardoor een betere flankering werd verkregen.

De geschiedenis leert dat Hendrik Ruse in 1654 in zijn publicatie 'Versterckte Vesting' de gebreken van het Nederlandse verdedigingssysteem aan de kaak stelde. Maar men had er hier maar weinig belangstelling voor. Ruse ging op aanraden van Johan Maurits van Nassau over in dienst van de keurvorst van Brandenburg. Later ging hij naar Denemarken, waar hij de grote verspreiding van de Nederlandse vestgelegenheid kreeg zijn plannen uit te voeren. Ruse wordt wel beschouwd als de voorloper van Menno van Coehoorn, de beroemde Nederlandse vestingbouwer. Deze heeft onder meer talrijke fortificaties op zijn naam staan. Hij werd door de koningen van Spanje en Engeland in de adelstand verheven. Als zijn meesterwerk gold zijn vestingwerk voor Bergen op Zoom. Menno van Coehoorn ligt begraven in Wijckel in Friesland. Een monument is op zijn graf ter herinnering geplaatst.

Een uniek bewaard gebleven vesting is die van Naarden. Deze is nog bijna geheel omringd door de hoofdwal met zes bastions, ravelijnen (in de gracht liggende werken om een zogenoemd vestingfront te bechermen) en de dekkingswal rondom het vestingwerk.